Tijdschrift 的个人资料GDGR-PLEBS照片日志列表 工具 帮助
3月28日

Publicatie

Zoals eerder vermeld, verschijnt een gedicht van mij in het twintigste nummer van Stroom. U kunt het nummer gratis downloaden vanop de site van Francois Vermeulen: http://users.pandora.be/francois.vermeulen1/Stroom.htm

Verder wens ik Bert alle succes toe in zijn nieuwe woonst. Bert, je laat maar weten wanneer er wat ingewijd moet worden!

Steven Pollet
3月23日

De comeback

Gezien het Genootschap zowat een halve fanclub is van Charles Ducal, mag ik jullie dit nieuwtje niet onthouden: Charles Ducal presenteert op woensdag 19 april om 20u. in het poëziecentrum in Gent na jaren van stilte zijn nieuwste bundel In inkt gewassen. Ik heb al een voorproefje gelezen en het ziet ernaar uit dat het weer een dijk van een bundel wordt!
 
Bert

Over de plichten van een weblog

Beste Bert
 
Al te veel weblogs gebruiken het medium verkeerd: ze zien het als een soort dagboek, en voelen zich genoodzaakt om er elke dag een stukje op achter te laten. Ik verkies om enkel wat te zeggen als ik wat te zeggen heb. (Of misschien hebben andere bloggers gewoon meer te zeggen, dat kan natuurlijk ook...) (Bij De Contrabas -je weet wel: die lieden die beloofden een artikel aan Plebs te wijden áls wij hen gratis een nummer in pdf-formaat zouden doorsturen, en daarna niet alleen hun belofte niet nakwamen, maar sindsdien ook op geen enkele mail meer reageren- denken ze er zelfs aan om (een gedeelte van) hun weblog in boekvorm uit te geven. Wat een grap.)
Niettemin: als ik de laatste tijd 'op mijn gat' (zoals je het zo eloquent wist te formuleren) heb gezeten, dan zal het wel achter mijn pc geweest zijn. Zo heb ik een goeie week terug een nieuw stukje poëzij opgestuurd naar François Vermeulen. Je kunt het gedicht (waarin de ondertussen in mij vergroeide Sehnsucht letterlijk op tafel komt te liggen) lezen in het nieuwe nummer van Stroom.
Verder komen twee sympathieke knarren (een vader en zijn zoon) binnen veertien dagen nieuwe ramen plaatsen bij ons thuis. Zo zal ik nóg beter naar buiten kunnen kijken. En is naar buiten kijken niet de archè van poëzie? (Alleszins van de mijne; ik heb het niet zo voor veldwerk.)
Geen zorgen dus, mijn beste Bert.
Laat ons vrolijk zijn.
 
Steven Pollet
3月22日

Op zijn gat

Ja mannekes, 't zit hier weer behoorlijk op zijn gat. Valt er eigenlijk nog wat te melden uit de wondere wereld der literatuur? Laat maar afkomen! Bij deze kan ik jullie wel zeggen dat Plebs  voor een derde jaargang gaat en dat we voor het meinummer nog altijd schoon op schema liggen!
 
Ciao
 
Bert
3月3日

Appetiser

Een voorproevertje uit de vierde PLEBS: bespreking van 'Het ei in mezelf', de nieuwste bundel van Philip Hoorne.

back to outer space: het ei in philip hoorne

Steven Pollet (GdGR)

Ik heb het niet zo voor recensies die binnen een week na de verschijningsdatum van een bundel op de lezer worden losgelaten. Of juister: ik vertrouw ze niet. Dat een recensie ocharme de mening van één persoon vertolkt, daar kan ik best mee leven. Maar dat die mening binnen de week gevormd wordt, neergeschreven en gepubliceerd, nee, dat heeft te veel weg van louter ‘mee willen zijn met de actualiteit’. Ik wed dat dergelijke recensenten de bundel niet meer dan één keer lezen, en een mening funderen op één lezing vind ik willekeur. Niks willekeur in deze tekst, want Het ei in mezelf van Philip Hoorne heeft wekenlang een ereplaats bekleed op mijn nachttafel, en lijkt na elke lezing weer wat beter te zijn geworden.

Onderweg naar de presentatie van Hoornes Ei in Wevelgem, met zelf een kakelvers ei op zak, had ik slechts één zekerheid en - op basis van ‘s mans vorige bundels - twee vermoedens over z’n nieuwste. De zekerheid: er staan minstens drie goeie gedichten in, want er verschenen drie gedichten in voorpublicatie in het tweede Plebsnummer. De twee vermoedens: de bundel zal uit twee delen bestaan, en het motto zal erg goed gekozen zijn.

Bij aankomst kennis gemaakt met twee toffe peren van Uitgeverij 521, en na het officiële gedeelte mijn ei ingeruild voor Het Ei. Twee maanden en drie lezingen verder stel ik vast dat het motto de spijker op de kop slaat: Shakespeares 'Though his be madness, yet there's method in't' lijkt deze bundel op het papieren lijf geschreven.

Drieëndertig gedichten, het deed me even aan Dante denken. In het eerste gedicht sloegen de o-klanken mij zo om de oren dat het bijna pijn deed.

(…)
Emotieloos, meedogenloos
en boos, heel heel boos
bozer dan een boze matroos
die argeloos het schip boven de wal verkoos
en terechtkomt in een dijk
van een wind- en waterhoos.
(…)


Ook verder in de bundel komen eindrijmen en assonanties veelvuldig voor. Hoorne lijkt de grenzen op te zoeken, maar hij doet dat erg weloverwogen. Hier en daar steekt een stevige weerhaak uit zijn gedichten: zo lijkt de overdrijving Hoornes handelsmerk. Hij is niet bang om met woorden te spelen, en na Herman de Coninck is dat niet zo vanzelfsprekend. Bart Moeyaert heeft het geprobeerd, maar in Verzamel de liefde lees ik De Coninck. Bij Hoorne is dat helemaal niet het geval. Hij weet zijn eigen stijl verder te ontwikkelen, een stijl die ik bij geen enkele andere dichter terugvind. Hoorniaans, zo u wilt.
De kracht van deze bundel zit hem in de creatie van een eigen universum, waarin Hoornes verbeelding af en toe danig op hol lijkt geslagen. Zo komt de lezer een ober tegen met gaatjes in zijn hoofd, passeert hij Schaterloo en Flessegem om in de tepelhof te belanden, krijgen kamelen, ezels, zilver- en goudvissen, giraffen, vliegen en mollen een hoofdrol toebedeeld, en om de verwarring compleet te maken, treft u op het toneel plots een heel pak klonen van Hoorne aan. It’s a strange world out there…
U merkt het: opvallend zijn de veelvuldig voorkomende dierennamen. Hoornes wereld heeft veel weg van een vreemdsoortige zoo waarin her en der zelfs zombies opduiken.
In Niemand thuis en het eten is klaar! keert Hoorne even terug naar de bewoonde wereld. Een anekdotisch gedicht, zo lijkt het wel, over een tafereel dat zich ook in uw keuken zou kunnen afspelen. Maar maakt u zich als lezer geen illusies: op het einde van het gedicht verdwijnt hij alweer naar de planeet Hoorne:



(…) Ik tol en tol en tol tot ik verdwijn, back to outer space.

In het daaropvolgende gedicht Zitkom haalt het absurdistische taalspel weer de bovenhand:

Ikke in de zeep.
Ikke in de zitkom.
(…)

De poëzie van Hoorne is doorspekt met humor. Pareltjes zijn b.v. Mijn kleine holocaust, Bosbegeer en Erfelijkheid. In het fantastische maar enigszins beklemmende Vroedvrouw wordt kurkdroog verhaald hoe een kind uit de baarmoeder wordt gerukt en in een ‘groezelige wieg’ gekieperd.

vroedvrouw

Ze spreidt de benen van de aanstaande moeder, spuwt
in haar handen, stroopt een mouw op, steekt haar onderarm
met een van afschuw vertrokken gezicht diep in het kruis
en tast naar het kreng dat zich in de buik verschuilt.

Ze trekt het blauwe ding eruit, snokt met haar tanden
het snoer los, spoelt het af onder de krachtige straal van
de koudwaterkraan en gooit het in een groezelige wieg
naast de misnoegd uit haar slaap opschrikkende kat.

Het onuitstaanbare gekrijs snijdt door merg en been.
Vruchteloos verschrompelen voorplantingsorganen.


Maar ik doe de bundel onrecht aan door slechts enkele titels te noemen. Hij vormt, om het met Drs. P te zeggen, ‘een smaakvol geheel’. Philip, ik geef je voor je Ei een (k)eiharde 8 op 10!